
Niet alleen ben ik in rouw, ik ben ook boos. Ik heb het grootste deel van mijn leven gewijd aan de kerk – zeventien jaar als perschef van het bisdom Brugge en zeventien jaar als hoofdredacteur van Kerk en Leven. Ik heb gewerkt aan het imago van de kerk, ik heb in geschrifte de kerk verdedigd en heb het geloof in deze turbulente tijden als baken van moreel gezag en van naastenliefde proberen zichtbaar te maken voor het zwalpende schip der samenleving. En nu dat.
Neen, ik ben mijn geloof niet kwijt. Mijn geloof hangt niet af van de geloofwaardigheid van het instituut kerk, maar, verdomme, dat instituut is nodig om het geloof in stand te houden. Kerk, zuiver uzelf. Verberg niets. Geef openheid van zaken. Zuiver de rangen drastisch. Word wie u hoort te zijn, een heilig instituut waarvan de daden de woorden beamen, want de wereld heeft u nodig.
Ik ben boos. Ik heb slechts enkele jaren voor bisschop Vangheluwe gewerkt (ik heb vooral gewerkt voor zijn grote voorganger, mgr. E.J. De Smedt, een bisschop van wereldformaat). Ik heb ook aan die paar jaar Vangheluwe niets dan goede herinneringen. De eerlijkheid dwingt mij ertoe om dat te zeggen. Edoch, wat blijft daar nu van over? Ik herinner mij nog de dag dat Roger Vangheluwe aan de pers werd voorgesteld als nieuwe bisschop. Ik haalde hem op en reed hem naar de persconferentie in Brussel. Toen wij terugkwamen en de afslag naar Brugge hadden genomen, zei ik nog: ‘Roger, nogmaals proficiat!’ Hij antwoordde daarop: ‘Bedankt, Mark, maar wil je in het vervolg monseigneur zeggen.’
Deze anekdote betekent niets, maar in het licht van nu schokt ze mij plotsklaps. Hier sprak institutionele macht en niet moreel gezag. Dat is het fundamentele kader waarin fenomenen als seksueel misbruik plaatsgrijpen. Ze hebben minder met seks dan met machtsmisbruik te maken. Had de bisschop iets gehad met een vrouw, dan hadden we de discussie over het celibaat kunnen openen. Nu niet, want daar heeft het niets mee te maken.
Een priester die dergelijke ‘last’ te dragen heeft, zou de vraag om bisschop te worden stante pede moeten weigeren. Hij zou aan de paus en de nuntius moeten laten weten: er is iets in mijn leven dat mij niet toelaat om dit hoge kerkelijke ambt te aanvaarden. Natuurlijk doet zo iemand dat niet, want het bevestigt hem in zijn streven naar macht. Daarom ben ik boos en in rouw.
En nu? Ik druk mijn diepe waardering uit voor aartsbisschop Léonard en de hele Belgische kerk die de moed hebben gehad om duidelijkheid te verschaffen. Ze zijn van plan om tabula rasa te maken.
De ironie van de zaak wil dat ik twee dagen vakantie had genomen, omdat ik donderdagmiddag aan de Rijksuniversiteit van Groningen een lezing moest geven over de maakbaarheid en de breekbaarheid van het imago van de R.K.Kerk naar aanleiding van het kindermisbruik. Ik heb in die lezing onder meer gezegd dat de enige weg die de kerk moet bewandelen, deze is van de boetvaardigheid. De kerk moet het boetekleed aantrekken (misschien zou de paus, om dat zichtbaar te maken, een jaar lang in het grijs gekleed moeten gaan in plaats van in het wit). Als ze dat doet, dan kan ze een voorbeeld zijn voor de hele samenleving, want kindermisbruik is buiten de kerk vele malen groter dan in de kerk. Hoewel dat geen excuus is, integendeel.
Mark Van de Voorde is publicist en raadgever van de Belgische premier Yves Leterme en van de Belgische vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere. Hij schrijft op persoonlijke titel.