Opinie994 keer bekeken
Kerk heeft nood aan seksuele cultuur
Geplaatst door onze redactie op
donderdag 11 maart 2010 om 11:05u (Bron: DM)
Het begon in de Verenigde Staten en deinde vlug uit over Australië, Ierland, Duitsland, Oostenrijk en Nederland: vele tientallen rooms-katholieke priesters en religieuzen hebben zich in de loop der jaren schuldig gemaakt aan misbruik van kinderen, veelal jongens, die vaak aan hun internaten waren toevertrouwd.
Er is een hele evolutie merkbaar in de reactie van de kerkelijke autoriteiten op deze ergerlijke feiten. Aanvankelijk probeerde men deze schandalen te minimaliseren, de priesters die zich schuldig gemaakt hadden te verplaatsen, de feiten met zwijggeld of ’minnelijke’ schikkingen toe te dekken. Maar de slachtoffers, nu mondige volwassenen en aangemoedigd door de eerste getuigenissen van medeslachtoffers, lieten het daar niet meer bij en spanden processen aan. Ze wilden ook de bisschoppen bestraft zien die verantwoordelijk waren voor het oogluikend toelaten van deze vergrijpen.
Tot op vandaag breidt de olievlek zich uit en leidt de kerk groot gezichtsverlies. Enkel de bisschoppen in Duitsland, Oostenrijk en Nederland hebben de zaken beter aangepakt door schuld te bekennen en de dossiers toe te vertrouwen aan onafhankelijke commissies in plaats van de rangen te sluiten om de faam van het kerkinstituut te verdedigen. Ze tonen ook echt bezorgdheid voor de slachtoffers, van wie velen tot op vandaag getraumatiseerd zijn en hulp nodig hebben.
Binnen en buiten de roomse kerk wijzen beschuldigende vingers in de richting van het verplichte celibaat als grote oorzaak voor deze massale pedofilie. Pedofiele praktijken vindt men ook in andere milieus, scholen en godsdiensten, maar het percentage binnen de katholieke kerk ligt wel beduidend hoog. Dat negeren is het licht van de zon ontkennen. Opgelegde seksuele onthouding kan uiteraard tot zulke toestanden leiden, niet alleen ten aanzien van kinderen, maar ook van volwassenen. Dat creëert schemerverhoudingen, zoals we die ook bij ons kennen en waarvan de niet-klerikale partners meestal het slachtoffer worden. Denk aan het onzekere lot van de minnaressen van priesters. Ook binnen de kerk (bijvoorbeeld professor Hans Küng) wordt luidop geëist dat het celibaat niet meer verplicht zou worden opgelegd aan kandidaat-priesters.
De rooms-katholieke kerk, die als enige christelijke kerk dit verplichte celibaat in stand houdt, evenals het verbod om vrouwen kerkelijke bedieningen (bijvoorbeeld diaken) toe te vertrouwen, draagt hier een grote verantwoordelijkheid. Ter verdediging komt men steeds aandraven met als enige argument de traditie, zonder erbij te vertellen dat diezelfde traditie tien eeuwen lang het gehuwde priesterschap kende. Zelfs in de oosterse, met Rome geünieerde kerken bestaat dit tot op vandaag. Helemaal anders ligt het bij monniken en monialen die het celibaat vrijwillig aannemen om in gemeenschap te leven.
Om de kerkelijke pedofilie te duiden is het te eenvoudig om die volledig op de rug van het verplichte celibaat te schrijven. De oorzaken liggen veel dieper. Evenmin kan men het priestertekort toeschrijven aan de celibaateis. Ook kerken die gehuwde bedienaars hebben, kampen met het zogenaamde roepingentekort. De oorzaken liggen eerder bij de ongeloofwaardigheid van de kerkelijke instituten.
In tegenstelling met de Bijbel, waarin seksualiteit onbeschroomd ter sprake komt in bijvoorbeeld de lyrische tekst van het Hooglied, is de kerkelijke visie erg bekrompen en vooral ingegeven door angst. Terecht wordt seksualiteit, naast godsdienst, gezien als een van de krachtigste drijfveren van de mens. Maar angst en verdringing zijn daar zeker geen heilzaam antwoord op. Zoals Christus in de evangelies gepresenteerd wordt, komt hij over als een sensibele, tedere man die vriendschap hoog in het vaandel voert en niet ongevoelig blijkt voor de massage door een vrouw met slechte faam. Hij wordt steeds omringd door zijn leerlingen en een half dozijn vrouwen die met naam worden genoemd. Het evangelie brengt elementen van een levenscultuur die ver afstaat van de nooddruft van geile priesters die zich vergrijpen aan onmondige jongetjes.
De oorzaak van de verbreide pedofilie ligt natuurlijk hierin dat ook binnen de kerkmuren pedofielen leven, maar ligt vooral in het tekort aan seksuele cultuur binnen de kerk, die nog verarmd wordt door het verplichte celibaat. Daar ligt de diepste verklaring waarom het instituut zoveel mensen op seksueel vlak pijn heeft gedaan of ziek gemaakt en waarom zoveel bedienaars lijden onder een verplichting die ze erbij genomen hebben, maar die later vaak zo zwaar gaat wegen dat ze leidt tot onaanvaardbare zaken of op zijn minst een bazig en verzuurd karakter. Zo wordt seksualiteit iets wat louter tot de morele orde behoort en niets te maken heeft met de blijde boodschap, integendeel, een kruis wordt dat dient voortgesleept. Dit is zeker geen pleidooi voor libertinisme, maar voor een geïntegreerde seksualiteit. Het kruis vervalt dan en wordt iets waarvan God en de mensen zien dat het goed is.
Het evangelie brengt elementen van een levenscultuur die ver afstaat van de nooddruft van geile priesters die zich vergrijpen aan onmondige jongetjes