
De tijd is een continuüm, een eindeloze stroom. Wij delen de tijd op in meetbare stukken – van seconde tot millennium – om onszelf een plaats te geven in dit ononderbroken vloeien van de tijd, om ons bestaan te meten en onze hartslag te situeren in het ritme van de geschiedenis. Alleen zo kunnen we de mens en de samenleving begrijpen. Zonder tijdsbegrip geen inzicht in onszelf en in de wereld.
Albert Einstein ontdekte wetenschappelijk wat elk mens ervaart: de tijd is relatief. Het is de waarnemer die meet en bepaalt hoe snel de tijd loopt. De objectieve tijdsmaat van minuten en uren, van dagen en weken, van maanden en jaren zegt dus niet alles.
Dezelfde tijdsduur kan lang lijken of kort. Hoe ouder een mens wordt, hoe sneller de tijd lijkt te vlieden, tenzij hij in een kamertje helemaal alleen zijn tijd afwacht. Wie drie dagen in een ziekenhuis moet liggen in voorbereiding van een riskante operatie, waadt door een eindeloos wachten. Wat is tijd? De relatieve ervaring van een absoluut gegeven.
Of zoals die mop uit de gevangenis. De celdeur vliegt open, een nieuwe gevangene wordt binnengeleid. Vraagt de oudste bewoner: “Hoelang moet u zitten?” Antwoordt de nieuweling: “Vijfentwintig jaar.” Zegt de eerste weer: “Neem dan maar het bed bij de deur. U bent immers de eerste die vrijkomt.”
Wat is tijd? De onderkant van de eeuwigheid en dus een fractie kort. Maar ook de bovenkant van het punt nul en dus oneindig lang. Waarom zouden we de tijd dan vieren? Om vooruit te kunnen gaan. Charles Dickens schreef: “De stem van de tijd roept tot de mens: ‘Vooruit!’ De tijd is gericht op de vooruitgang en het welzijn van de mens, bedoelt om hem een grotere waarde, een groter geluk en een beter leven te bezorgen.”
De tijd is dus dan toch niet relatief. We moeten er iets mee doen, tot welzijn van allen. Daarom is het goed hem te vieren. Te vieren dat wat voorbij is, niet wederkomt, en wat komen moet, nu pas afgestapt kan worden.
Henry W. Longfellow drukte het mooi uit: “Blik niet zorgelijk naar het verleden, het komt niet meer terug. Verbeter wijselijk het heden, dat is uw tijd. Ga zonder vrees en manmoedig verder de nog onduidelijke toekomst tegemoet.”
De tijd is op de toekomst gericht, want daar vloeit hij heen. Hij kent geen vloed die hem weer landinwaarts stuwt. De zee van de eeuwigheid is zijn einddoel. Laten we dus de kurken knallen om eraan te herinneren dat we zitten op het schip van de tijd en elk moment de evenaar overschrijden. De evenaar tussen gisteren en morgen. En die evenaar is vandaag.
Het mooiste geschenk dat we vanuit dat besef aan elkaar kunnen geven is onze tijd. We geven anderen van onze tijd, in de weet dat we zo samen op weg zijn naar de eeuwigheid. Geven, niet nemen. Want degene die zegt dat hij voor alles zijn tijd neemt, neemt eigenlijk ook die van een ander. Een beetje haast kan dus geen kwaad.
Ik eindig, de lezer en de surfer een boeiend nieuw jaar toewensend, met een versje:
Als wij in Gent of Hengelo
en zij in Paramaribo
het oudejaar gedenken,
dan moeten we daarbij bedenken:
Wanneer zij de fles ontkurken
liggen wij alweer te snurken,
zij in Paramaribo,
wij in Gent of Hengelo.
Relatief is dus de tijd,
maar absoluut is wel het feit
dat alle mensen
hetzelfde wensen,
wij in Gent of Hengelo,
zij daarginds in Paramaribo:
een fijn jaar
en de zegen voor elkaar.
Mark Van de Voorde is publicist en raadgever van de Belgische premier Yves Leterme en van de Belgische vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere. Hij schrijft op persoonlijke titel.